Angst voor Noord-Korea absurd en overtrokken; houding Amerika veel grotere bedreiging

De media hebben voor een angstpsychose gezorgd na het besluit van Noord-Korea om zich terug te trekken uit het Non-Proliferatie verdrag (NPV). Maar de werkelijke dreiging van onze veiligheid ligt in de opstelling van Amerika.

Het is verbazingwekkend hoe de terugtrekking van Noord-Korea uit het Non-Proliferatie verdrag (NPV) in de media wordt gepresenteerd als een immense bedreiging voor de wereldvrede.
Vooral de veiligheid van de Verenigde Staten zou sterk bedreigd worden door Noord-Korea. Die indruk is absurd en overtrokken. De Noord-Koreaanse manoeuvres zijn gevaarlijk en ondoordacht, maar moeten in een bredere context worden beoordeeld.
Om met het eerste nuchtere feit te beginnen: misschien heeft Noord-Korea de beschikking over drie kernbommen. Het is onduidelijk of die ook als kernkoppen op een raket kunnen worden geïnstalleerd. Ter vergelijking: de VS bezitten zo’n 7000 strategische kernwapens. Zelfs al zou Noord-Korea een kernwapen op het grondgebied van de VS laten ontploffen, dan is een miniem deel van het Amerikaanse kernwapenarsenaal genoeg om het land van de aardbodem weg te vagen. Wie gelooft dat Noord-Korea zoiets zou uitlokken, gelooft alles wat de Amerikaanse regering zegt.

Het verhaal dat achter de Noord-Koreaanse recalcitrantie zit, is wat ingewikkelder dan wordt voorgesteld. In 1994 spraken Noord-Korea en de VS af dat een consortium van landen een kernreactor voor energieopwekking zou leveren, ongeschikt voor de productie van splijtstof voor het maken van kernwapens. Bovendien zouden de VS Noord-Korea olie leveren. Geen van beide afspraken werd nageleefd. Vooral na het aantreden van de regering van Bush werd niet meer onderhandeld met Noord-Korea maar vooral gedreigd. Ondanks de tussenkomst van Zuid-Korea en de Europese Unie kon de confrontatie van de VS met Noord-Korea niet worden verhinderd.
De net gekozen regering in Seoul wil beslist geen confrontatie met de noorderburen. Ze weet als geen ander dat Pyongyang de VS wil dwingen zich aan de oorspronkelijke afspraken te houden. De Noord-Koreaanse economie is in crisis, de bevolking aan de rand van de hongersnood. De regering is vooral een gevaar voor zichzelf.

Het NPV wordt door de VS gezien als instrument om de rest van de wereld af te houden van kernwapens. Maar er is een andere kant aan het verdrag dat stelselmatig wordt genegeerd in het publieke debat. Al sedert de permanente verlenging van het verdrag in 1995 probeert een aantal landen tevergeefs de kernwapenstaten, te bewegen zich nucleair te ontwapenen, omdat het verdrag daar op aandringt. Maar de VS zijn juist doorgegaan met het ontwikkelen van nieuwe kernwapens.
In de loop van 2002 kondigde Washington ook aan af te stappen van het concept van afschrikking met kernwapens. In plaats daarvan ligt de nadruk op het als eerste aanvallen met kernwapens. Dat beleid werd in drie stappen uiteengezet:

1. De ‘Nuclear Posture Review‘, een informatiedocument van het Pentagon in januari 2002 aan het Amerikaanse Congres, verwijst naar potentiële doellanden. Een groot deel van de buitenwereld beschouwde dit ook als aanwijzing dat de VS eventueel kernwapens willen gebruiken. In maart zei minister Van Aartsen van buitenlandse zaken in de Kamer dat het volgens de Amerikaanse regering niet om een beleidsdocument ging, maar om een ‘brede, conceptuele analyse’. Formeel moest zo’n document de status krijgen van een ‘presidential directive‘, wilde het als een beleidsdocument tellen.

2. De ‘National Security Strategy‘, een officieel regeringsdocument, stelt in september dat de VS ‘desnoods bij voorbaat zal aanvallen’.

3. De ‘National Strategy to Combat Weapons of Mass Destruction‘, op 11 december 2002 aan de wereld gepresenteerd, zegt onomwonden: ‘Mochten onze brede non-proliferatie pogingen falen, dan moeten we de beschikking hebben over het volledige bereik van operationele capaciteiten noodzakelijk om ons te verdedigen tegen het mogelijke gebruik van massavernietigingswapens’. Het gebruik van het woord ‘mogelijk’ impliceert dat als de Amerikaanse regering een vermoeden heeft dat een land in het bezit komt van massavernietigingswapens, alle operationele capaciteit kan worden ingezet: dus ook kernwapens.

Deze nucleaire aanvalsdoctrine is strijdig met de ‘negatieve veiligheidsgaranties’, waarin de kernwapenstaten alle ondertekenaars (de hele wereld behalve India, Pakistan en Israël) beloofden dat zij niet met kernwapens zouden worden aangevallen.
In het NPV staat ook dat er serieus naar nucleaire ontwapening moet worden gestreefd. Het Amerikaanse beleid geeft een duidelijk signaal: als je iets wil bereiken of jezelf wil beschermen tegen Amerikaanse dreigementen, zorg dan dat je kernwapens hebt. Een meer directe ondermijning van het Non-Proliferatie verdrag is nauwelijks denkbaar.
De angstpsychose voor Noord-Korea die in de media wordt opgeklopt is absurd en overtrokken. De werkelijke bedreiging van onze veiligheid vloeit voort uit het Amerikaanse nucleaire beleid, dat expliciet de mogelijkheid openlaat voor de VS om zelf een kernoorlog te beginnen en daarmee de hele wereld aanmoedigt om kernwapens aan te schaffen. De Nederlandse politiek moet via de Europese Unie alles doen om de Amerikaanse bewapeningspolitiek tegen te gaan.

Trouw