Nederland trekt ten oorlog

De Nederlandse regering heeft zich gehaast om zich te scharen achter een oorlogszuchtige kampagne tegen Saddam Hoesseins Irak.

Een VN-handelsembargo werd binnen enkele dagen omgetoverd in een blokkade waarachter Nederland zich onmiddellijk voegde. Later werd gedaan alsof men afstand van de Amerikaanse positie nam, maar in feite loopt men nog steeds voorop met de oorlogszuchtigste landen. Na jaren van steun aan het regime van Saddam Hoessein zien de Westerse landen nu het gezamenlijke eigenbelang in gevaar komen. De reaktie daarop is van een ongekende huichelachtigheid. Het belang van de olie voor de Westerse landen gaat voor de regering veruit boven het lot van gewone dienstplichtigen die door het Iraakse Ba’ath-regime in een achtjarige overbodige oorlog tegen Iran de dood in zijn gejaagd. Oproepen voor een wapenboykot werden indertijd arrogant terzijde geschoven. Deze oliebelangen laat men ook veruit gaan boven de 5000 Iraakse Koerden die met behulp van gifgas van Westerse makelij in maart 1988 om het leven zijn gebracht. En dit belang gaat ook boven het lot uit dat Koeweit, de direkte aanleiding voor deze krisis, beschoren is. Nimmer nog hadden rapporten over de toestand van de mensenrechten in Irak enige invloed op het beleid van de Nederlandse regering. Vanaf 2 augustus is dat alles veranderd.

In de grootste verplaatsing van troepen en materiaal sinds de oorlog in de Vietnam, heeft de regering-Bush bewezen dat als politieke en diplomatieke middelen niet meer werken, men nog altijd beschikt over de sterke arm van de Amerikaanse strijdkrachten. Toch is er geen sprake van een simpele herhaling van eerdere Amerikaanse expedities naar de minder welvarende delen van de wereld. Er moest eerst aan een aantal politieke voorwaarden voldaan worden voordat de Amerikaanse spierballen konden rollen.

Wat moeten die troepen daar?

Ten eerste via de politieke medewerking van het rijke deel van de wereld. Een massaal afwijzingsfront tegen Saddam Hoessein werd eerst in de EG en later in de Verenigde Naties in elkaar gezet, in de vorm van een totaal handelsembargo en olieboycot tegen Irak. Een tweede, essentieel onderdeel van dit politieke aanvalsfront ontbrak echter: de steun van de Arabiese landen was, zachtjes gezegd, wisselend en ontbrak hier en daar zelfs volledig. De ongepaste haast van de Amerikanen was opvallend: de propaganda over een aanstaande aanval van het Iraakse leger op Saoedi-Arabië kunnen we gevoeglijk terzijde leggen. De politieke doelstelling van Saddam Hoessein – verhoging van de olieprijs – was immers al bereikt, op de vergadering van de OPEC in juli. Misschien speelde een andere gedachte een overheersende rol bij de Amerikaanse beleidsmakers: het idee dat elke aarzeling van de kant van de VS onherroepelijk zou worden geïnterpreteerd als teken van zwakte? Gezien de afbrokkelende ekonomiese positie van de voormalige supermacht is dit geen onlogiese gedachtengang. Nu of nooit, moet Bush gedacht hebben.
Maar nu dat deze strijdkrachten – luchtlandingsdivisies, vliegtuigen, vliegdekschepen, slagschepen en alle bijbehorende ondersteuningsmiddelen – in stelling zijn gebracht komt de vraag naar voren: wat moeten ze doen? Dat zal vooral van belang worden als de Iraakse heersers een afwachtende houding innemen. Naast de afgedwongen ’toestemming’ van de Arabiese heersers is er nog een nieuw element dat in deze krisis opvalt. Dat is de unanieme overeenstemming van alle grootmachten over het ingrijpen. Zowel China en de USSR, die bij eerdere interventies nogal eens een tegenwicht plachten te vormen voor de Amerikaanse avonturen, hebben deze keer het groene licht gegeven.
Waarom zijn al deze machthebbers het zo roerend eens? Waarom worden opeens alle registers opengetrokken om een diktator ten val te brengen die vele jaren lang kon rekenen op grootscheepse Westerse, Russiese, Japanse en Arabiese hulp: krediet van Frankrijk, de Sovjet-Unie en Japan; wapens uit Frankrijk, technologie om raketten te bouwen uit heel West-Europa, voedsel uit de VS?
Het antwoord is natuurlijk olie: de prijs van olie, die al jarenlang door de Arabiese vrienden van het Westen laag wordt gehouden, dreigt door het optreden van het door de Golfoorlog geteisterde Irak, weer omhoog te gaan. Voor de Westerse machthebbers gelden twee wetten, al sinds het begin van het olie-tijdperk: de olie moet blijven vloeien en de olieprijs moet laag blijven. Het was dit tweede, in het Westen als feit aangenomen gegeven, waarin Saddam Hoessein verandering wilde brengen. In feite een herstel van het falende prijsbeleid van het OPEC-oliekartel onder leiding van Irak. Het gevaar zit hem in het onafhankelijke optreden, los van de door Westerse financiële instellingen vastgelegde paden, met de bedoeling om een groter deel van de olierijkdom over te hevelen naar de Arabiese wereld. Daarin wordt hij gesteund door grote delen van de Arabiese bevolking, die immers jarenlang niet anders hebben meegemaakt dan het brute optreden van de ene Westerse supermacht na de andere in de regio. Saddam Hoessein is het symbool van een idee. Het oude Arabiese pan-nationalisme, met zijn beloften van een beter leven voor de grote massa’s bezitlozen in het Midden-Oosten. Dat hij ook een aantal bijzonder onprettige eigenschappen heeft die nu – pas – in het Westen sterk naar voren worden gebracht doet voor hen niet ter zake. In de ogen van vele mensen staat de Amerikaanse militaire macht voor een veel erger kwaad.

Voorwaarden voor de knoet

De politieke ontwikkeling zoals die sinds 1 augustus is ingezet, heeft in een klap een eind gemaakt aan het ontspanningsidee dat sinds enige tijd in Europa heerste. Er wordt rondom Irak een macht opgebouwd voor een konfrontatie die nog wel eens lang zou kunnen gaan duren. Daarmee is tevens de gedragslijn van de rijke Westerse landen voor de komende jaren bepaald. (Terloops merken wij hier op dat de positie van Duitsland dramaties is veranderd. Binnen één jaar tijd is het land herenigd en wordt het toegestaan koloniale avonturen te beginnen. Voor de verhouding de komende jaren tussen West-Europa en de VS worden op dit moment de nieuwe voorwaarden vastgelegd.) Derde Wereldlanden, ongeacht of het diktaturen zijn of demokratieën, zijn gewaarschuwd. Wie onafhankelijk wil zijn krijgt met de knoet.

22 augustus 1990

Medeauteur: Guido van Leemput (AMOK)

AMOK