Nederlandse troepen naar Irak

De Nederlandse regering heeft besloten om troepen naar Irak te sturen om deel uit te maken van de bezettingsmacht van de Amerikaanse coalitie.

De NAVO heeft zich al gecommitteerd voor deelname aan de bezettingsmacht in Irak. Daar heeft Nederland dus ook al mee ingestemd.
Het enthousiasme van de voorstanders van een verdergaande interventie, door deel te nemen aan de bezettingsmacht, lijkt desalniettemin enigszins bekoeld te zijn. Er is zelfs enige aarzeling in de opstelling van de regering te bespeuren. Zo werd het besluit eerst doorgeschoven van het demissionaire kabinet naar de nieuwe regering, die vervolgens weer aarzelde. Die aarzeling is kennelijk niet beperkt tot Nederland: uit een interessant overzicht uit USA Today van eind mei blijkt dat de bijdragen van de Amerikaanse bondgenoten schromelijk tekort schieten. Denemarken was om 5.000 man gevraagd, maar levert er slechts 380. Polen, die een sector in centraal-Irak onder zijn bevel heeft, kan daar slechts 2.200 troepen voor leveren, die bovendien door de VS moeten worden betaald.
In Irak zelf is er nog steeds geen sprake van een stabiele situatie. De watervoorziening en de elektriciteit haperen nog steeds in Bagdad. In het door de Baath-partij en Soennitische extremisten beheerste centrale gebied van Irak worden voortdurend aanslagen gepleegd op de Amerikaanse troepen. In het noorden zijn er problemen rondom Kirkuk, waar duizenden Koerden terug willen keren en de huidige bewoners van de akkers en huizen die ooit van hen waren, willen verwijderen. In Zuid-Irak (en een groot deel van Bagdad) heerst de religieuze leiding van verschillende Sjiitische stromingen, die van mening verschillen over de mate van invloed van de Islam op een toekomstige regering, maar eensgezind zijn in hun wens om de Amerikanen en hun bondgenoten zo snel mogelijk het land uit te werken.
De paradox is echter dat het Amerikaanse garnizoen niet alleen voor onbekende tijd blijft, maar ook dat de oorspronkelijke belofte om een interim-regering op te richten via een nationale conventie van alle politieke groeperingen, nu verlaten wordt. Belangrijke leiders van de Koerden en de Sjiieten hebben hun ontsteltenis al laten blijken aan de Amerikaanse gouverneur, Bremer.

In het zuiden, waar de Britten het bewind voeren vanuit Basra (en waar de Nederlandse troepen heen moeten), is er een conflict over de samenstelling van het stadsbestuur. Net als in Bagdad willen de bezettingsautoriteiten beslissende invloed uitoefenen op de samenstelling van alle overheidsorganen.
Deze perikelen zijn wellicht de oorzaak van de aarzelingen van de Nederlandse regering maar ook van andere Amerikaanse bondgenoten. De Amerikanen en Britten hebben zich immers niet vies getoond van het ‘masseren’ van de feiten aangaande de Iraakse massavernietigingswapens. Als de steun van de Nederlandse regering voor een aanvalsoorlog zonder VN-mandaat werd verzekerd op grond van misleidende informatie, dan lijkt een zeker wantrouwen op zijn plaats ten aanzien van informatie die door de Britse en Amerikaanse bondgenoten is verstrekt.
Er was immers geen directe dreiging door Irak met A-, B- of C-wapens. Toch werd dit als feit gesteld bij tientallen aangelegenheden door de Britse, Amerikaanse en Nederlandse regeringen. Als er over dat soort zaken wordt gelogen, waarom dan ook niet over de politieke omstandigheden waarin de troepen terechtkomen? Het verdient wellicht aanbeveling om de informatie afkomstig van de Amerikaanse en Britse regeringen die dit beleid moeten ondersteunen, te wantrouwen en te zoeken naar eigen informatie bronnen. Het is immers niet denkbeeldig dat de Nederlandse troepen gevaar zullen lopen doordat de politieke omstandigheden heel anders zijn dan ze door de Amerikaanse regering worden voorgesteld. Het neutraliseren van de VN als bewaker van de overgangsregering in Irak moet ook te denken geven. Hoewel er een VN-resolutie is aangenomen die de coalitie als bezettingsmacht erkent, is het dwaas om te ontkennen dat de legitimiteit van de bezettingsmacht stoelt op een illegale aanvalsoorlog. Als dat onvoldoende reden is om niet te gaan, dan is het wellicht nuttig om een pragmatische inschatting te maken van de situatie in Irak.
Het wordt wellicht tijd om voor de verandering naar de toekomst te kijken en serieus te bedenken hoe een rampzalige terugtocht uit Irak wegens verzet van de bevolking tegen de Westerse aanwezigheid kan worden vermeden. Bijvoorbeeld door niet te gaan.

VD AMOK