Amerikaans beleid wel degelijk teleurstellend

Op een punt van doorslaggevend belang zijn Gijswijt en ik het met elkaar eens: er is sprake van een relatieve neergang van de Verenigde Staten, die hun positie als laatste supermogendheid de laatste tien jaar hebben verloren.

Het beleid van zowel George W. Bush in zijn tweede als van Barack Obama in zijn eerste termijn weerspiegelde die verzwakking. Het is duidelijk dat de schone verkiezingsbeloften van Obama nooit konden worden ingelost. Maar we konden minimaal een aanzet verwachten voor beleidswijzigingen op punten van wezenlijk belang, zoals nucleaire ontwapening, oorlogvoering en mensenrechten. Mijns inziens is op het eerste en derde punt sprake van achteruitgang en op het tweede van transformatie en stilstand.

Zo heeft Obama onder druk van Irak inderdaad de gevechtseenheden van het Amerikaanse leger uit dat land teruggetrokken, maar met achterlating van een immense ambassade plus een garnizoen van meer dan 8.000 zwaar bewapende contractanten. In Afghanistan woedt een deel van de troepen teruggetrokken, terwijl met Karzai wordt onderhandeld om een ander deel voor onbepaalde tijd te handhaven. Er zijn inderdaad geen nieuwe grootschalige invasies uitgevoerd – vanwege de verzwakking van de Amerikaanse staat en de binnenlandse oppositie tegen nieuwe avonturen is Obama overgeschakeld op een beperkter type oorlogvoering, die bestaat uit de inzet van speciale eenheden met behulp van geavanceerde technische middelen, gecombineerd met steun voor plaatselijke machthebbers.

In principe wordt deze strijd tegen ‘global terrorism‘, beschreven als een van de hoofdtaken van het leger in het laatste beleidsdocument van het Pentagon, overal ter wereld gevoerd. Daarbij vervalt de scheidslijn tussen het opsporen van ‘terroristen’ (de term wordt niet gedefinieerd) en het robuuste behartigen van geopolitieke belangen. Dat is inderdaad niets nieuws, maar vormt een scherp contrast met de symbolische breuk met het beleid van George W. Bush, die Obama in 2009 in Cairo zou hebben aangegaan, volgens Gijswijt. Sedert die toespraak verbeterde het imago van Obama in de Arabische wereld niet, ook niet na het begin van de Arabische Lente, aldus een opinieonderzoek van het Pew Institute. Wellicht was dat het gevolg van de voortzetting van de traditionele Amerikaanse onvoorwaardelijke ondersteuning van de Israëlische bezettingspolitiek.

Gijswijts verdediging van Obama’s nucleaire beleid overtuigt mij niet. Doorslaggevend is niet de bereidheid om via de START-verdragen tot een lager niveau van wederzijdse nucleaire afschrikking te komen, maar de bereidheid om te onderhandelen over nucleaire ontwapening, zoals gesuggereerd in de toespraak van Obama in Praag. Die bereidheid is er niet, gezien de plannen voor de nucleaire strijdkrachten die ik beschreef, waarbij de uitgaven hoger zijn dan ooit.

Het raketschild is niet een defensief systeem, maar een integraal onderdeel van de totale nucleaire slagkracht en het schild wordt ook door Amerikaans strategen als zodanig omschreven. Dat is ook de reden waarom de Russische regering de formele doelstelling – bescherming tegen Iraanse raketten- niet gelooft. Het gaat om capaciteit, niet om schone beloften. Het potentieel van die bedreiging is bevestigd door het onderzoek van de Federation of American Scientists dat ik aanhaalde. De voortgezette koppeling van de Europese veiligheid aan dit stelsel beschouw ik als een gevaarlijke voortzetting van de Koude Oorlog en bepaald niet van de subtiele diplomatie van George Bush senior.

De duidelijkste achteruitgang is meetbaar in het mensenrechtenbeleid. Gijswijt is het met mij erover eens dat het gebrek aan een juridische onderbouwing voor targeted killing mogelijk in strijd is met het internationaal recht. Het gaat daarbij niet alleen om het moorden op afstand met behulp van drones, maar ook de zogenaamde ‘night raids‘ in Afghanistan. Deze methoden hebben bijgedragen aan een algemene afkeer onder de Pakistaanse en Afghaanse bevolking van het Amerikaanse leger.

Door de herdefinitie van een categorie gevangenen – nu ‘unlawful enemy combatants‘-en de handhaving van Guantanamo Bay als ‘grondwet-vrije zone’ wordende rechten van alle burgers – uiteindelijk ook Amerikaanse burgers -ondermijnd. De leidinggevenden en ambtenaren die verantwoordelijk waren voor het mishandelen en martelen van gevangenen werden door presidentiële besluiten in augustus 2009 en juli 2011 vrijgesteld van vervolging. Eind december jl. werd een volgende stap gezet: de Levin/McCain-wet, onderdeel van de defensiebegroting, ondertekend door Obama. Daar wordt vastgelegd dat Amerikaanse staatsburgers, ook binnen de Verenigde Staten, gearresteerd kunnen worden op grond van een verdenking, opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de president. Het wordt ook mogelijk gemaakt zulke beschuldigden door militairen te laten vastzetten.

Daarmee is de eeuwige ‘war on terror‘ thuisgekomen. Vanzelfsprekend moeten moordenaars worden opgepakt en berecht. Maar dat was tot voor kort een zaak van de rechterlijke macht. De allerbelangrijkste verslechtering ligt in het verplaatsen van de beslissingsbevoegdheid – over wie, en op grond waarvan, in staat van beschuldiging moet worden gesteld en zelfs gedood -van de rechterlijke macht naar de uitvoerende macht. Dat is per definitie afbraak van de rechtsstaat, die ook op een aantal andere gebieden wordt aangetast. Die aantasting is het gevolg van beleidsbeslissingen, deels door Obama zelf dan wel onder zijn verantwoordelijkheid genomen.

Noten:
1 Department of Defense, Sustaining U.S. Global Leadership: Priorities for Hst century Defense, januari 2012.
2 http://www.pewglobal. org/2011/05/17/arab-spring-fails-toimprove-us-image/; Steven Kuil, Feeling Betrayed. The Roots of Muslim Anger at America, Brookings Institution Press, 2011; meer recent zie: Arab Attitudes: 2011 (http://www.aaiusa.org/reports/ arab-attitudes-2011).
3 Jonathan Turley, ’10 reasons the U.S. is no longer the land of the free’, in: Washington Post, 10 januari 2012.