Links en de hoofdstroommedia

Inleiding van Karel Koster op de conferentie ‘Links en de media’ van Links Forum.

Ik hoop dat mijn verhaal voldoende aansluit op het thema van deze middag. Ik geef veel voorbeelden en het is hier en daar een beetje in zigzagjes lopen, maar dat geeft niet denk ik, dat houdt er wat variatie in. Ten eerste iets over het probleem. We hebben te maken met gebeurtenissen, met zaken die in de internationale politiek plaatsvinden en daar leggen we een interpretatie op, een analyse. Soms wil die wel eens afwijken van wat de meeste media erover schrijven. Misschien wel heel vaak. En als die analyse afwijkt, hebben wij dan iets dat de zaken beter verklaart? Als je daarop ‘ja’ zegt en daar overeenstemming over hebt bereikt, hoe kunnen we die andere en ons inziens betere analyse dan in de politieke discussie krijgen? Ik heb daar, denk ik, geen direct antwoord op. Ik kan alleen maar de problemen beschrijven die wij in het verleden tegengekomen zijn bij het verspreiden van een andere kijk op actuele politieke gebeurtenissen. Er zijn een aantal problemen bij het omgaan met de media, bij het nieuws dat van de autoriteiten afkomstig is en door de autoriteiten geïnterpreteerd wordt en dat middels die media (ik noem ze ‘de hoofdstroommedia’) wordt verspreid.

Eén van de dingen waar je mee te maken krijgt, is het vertragen van het nieuws. Ik geloof dat het de goeie oude Napoleon was, die zei: ‘nieuws hoef je helemaal niet tegen te houden, je hoeft het alleen maar te vertragen tot het ogenblik dat het volkomen irrelevant is geworden in de politieke werkelijkheid’. Een mooi voorbeeld daarvan is te vinden in de Volkskrant van vandaag; daar kunnen we lezen dat Joris Cammelbeek nu ook heeft ontdekt dat er door Operatie Desert Storm iets aan de hand is met de Iraakse bevolking. Wij hebben anderhalf jaar geleden bij AMOK voorspeld wat er zou gebeuren. Dat was niet zo’n moeilijke voorspelling, want er waren voldoende gegevens voorhanden. Als je de waterwerken en energiecentrales van Irak bombardeert en ook de irrigatiewerken gaan eraan, dan gaat de gezondheidszorg achteruit. Dat, in combinatie met het VN-embargo, heeft een fikse daling in het gezondheidsniveau van de Iraakse bevolking tot gevolg gehad. Bovendien is een aardig deel van de civiele infrastructuur effectief vernietigd. Het gaat dus om de gevolgen van de combinatie van de militaire operatie en het VN-embargo. Dat heeft de Volkskrant nu ontdekt. Eén jaar na dato. En daar besteden ze een hele pagina aan. Dat is mooi, beter laat dan nooit. Maar het veroorzaakt enige verbittering bij mensen die dat aan de marge aan het beweren waren, anderhalf jaar geleden. Dat kunnen jullie wel begrijpen. Het is tegelijk een aardig voorbeeld van de uitwerking van vertraging. Een tweede zaak waarmee je te maken krijgt zijn de middelen die worden ingezet als er politiek delicate zaken spelen. Carl Bernstein, in een artikel in de Guardian begin deze maand, noemde een cijfer dat mij zeer interesseerde. Hij zei, dat in de eerste zes maanden na Watergate – dat verhaal over Watergate, Nixon en alles eromheen – er ruim tweeduizend correspondenten in Washington waren. Van die tweeduizend waren er zegge en schrijve veertien bezig met Watergate en van die veertien waren er maar zes die de mogelijkheid hadden om zelfstandig verder onderzoek te doen naar de oorzaken van Watergate en wat er zoal verder aan de hand was. En hij gebruikte dat als voorbeeld om te zeggen: zelfs bij Watergate, zelfs bij zo’n affaire met een enorm explosief vermogen, zelfs dan worden er alleen maar beperkende middelen ingezet om die zaken goed uit te zoeken en heb je er dus alleen in de marge van de hoofdstroompers mee te maken.

De tv

Een derde belangrijke zaak is heel effectief door Robert Fisk, één van de beste westerse correspondenten in het Midden-Oosten, beschreven. Hij zat daar voor de Independent, waarschijnlijk zit hij daar nog steeds, en hij had één jaar na het begin van de Golfoorlog een verhaal in de Independent waarin hij beschreef hoe de tv zijn werk min of meer ondersteboven had gehaald en overbodig had gemaakt. Ik zal het kort samenvatten. Volgens hem is de tv een ontzettend sterk middel geworden de laatste paar jaar. In de Golfoorlog werd hem dat, met de befaamde middernachtuitzending uit Bagdad, écht duidelijk. Hij stelt, dat juist die snelheid van berichtgeving een verschrikkelijk misleidend iets is. Je lijkt namelijk goed op de hoogte te zijn van de gebeurtenissen daarginds, terwijl dat helemaal niet zo is. En juist in zo’n situatie zijn goede achtergrondverhalen, is goede onderzoeksjournalistiek van het allerhoogste belang. Dit zijn drie dingen die van belang zijn als je kijkt hoe zaken doorstromen naar de hoofdmedia en hoe ze dan verder geïnterpreteerd worden in de massamedia. Vertraging, de middelen die worden ingezet en de tv als grote concurrent tegenwoordig. Het lijken eigenlijk alle drie vormkwesties, maar als je kijkt wat die drie dingen gemeen hebben kom je toch uiteindelijk op de vraag: ‘wie heeft de macht over de middelen’. Wie controleert de camera’s, wie controleert waar een journalist staat en op welk ogenblik en hoe wordt de nieuwsstroom onder controle gebracht die uit conflictgebieden naar de westerse tv-schermen en de westerse kranten komt? Dat is de essentiële vraag die achter die andere drie ligt en waar je altijd bij je interpretatie mee te maken hebt. En waar je als links -want het thema van deze bijeenkomst is toch hoe je als links toegang krijgt tot bruikbare informatie en tegen welke barrières je aanbotst- tegen aanloopt. Je hebt niet je eigen tv-stations, je eigen kranten enz. Je moet het dus hebben van het hoofdstroomapparaat dat zaken doorspeelt, waar je als het ware via stukjes en beetjes en via wat puzzelwerk moet proberen er toch achter te komen wat er gebeurt. De interpretatie van die hoofdstroommedia kan verschrikkelijk misleidend gaan werken, maar ook heel nuttig zijn. In de marge komt wel eens wat door waardoor je gaat denken ‘er moet meer aan de hand zijn’. Een voorbeeld daarvan was het befaamde mevrouw Glaspie-gebeuren. Net na het begin van de Iraakse inval in Koeweit werd in alle hoofdstroommedia bekend, dat vlak voor de invasie de Amerikaanse regering, bij monde van mevrouw Glaspie, de Amerikaanse ambassadrice in Irak, dat land zo goed als toestemming had gegeven om Koeweit binnen te vallen. Op zo’n moment zou je moeten zeggen ‘aha’ en zouden alle alarmlichten aan moeten gaan. Alles zou ondersteboven gehaald moeten worden en goed uitgezocht. Maar in de aanloop naar de Golfoorlog gebeurde dat dus precies niet. En je ziet dat in vier, vijf maanden dat verhaal wegschuift. Het was wel degelijk even in de hoofdstroom, het was te vinden in de Volkskrant, het werd genoemd op radio en tv, maar verdween daarna weer. En naarmate het politieke krachtenveld veranderde zou ik bijna zeggen, veranderde ook in de hoofdstroom de informatie over wat hier gebeurd was. Weg was het heel essentiële punt van de opstelling van de Amerikanen tegenover Irak in de aanloopperiode tot de inval in Koeweit. Ook hier weer een prachtig voorbeeld van vertraging. De afgelopen weken vind je in de International Herald Tribune, op grond van onderzoekswerk door een congrescommissie in de VS, een stroom van bewijzen dat de Amerikanen tot en met eind juli (1990) uitgebreid technische en financiële steun verleenden aan de opbouw van het Iraakse oorlogsapparaat. Dat ging via een omweg, daar zal ik jullie niet mee vermoeien, maar dat is nu uitstekend bewezen. Het is glashelder geworden dat er uitgebreide Amerikaanse steun was, tegen het verzet van Amerikaanse ambtenaren in, die gewoon ontslagen werden of geneutraliseerd en waarvan de rapporten verdwenen in de onderste la. Dat komt nu allemaal, met vertraging, naar buiten. Op een ogenblik dat het natuurlijk politiek verder van geen belang is voor de Iraakse situatie.

Leugens en verdraaiingen

Blijkbaar is er sprake van een politiek krachtenveld waarbinnen de media opereren en waar wij – links – dus constant mee te maken hebben. Je doet je puzzelwerk, je verzamelt uit zoveel mogelijk bronnen stukjes en beetjes informatie, je schuift ze in elkaar en denkt uiteindelijk dat je een betere interpretatie hebt. Ik denk ook dat wij die hadden in het najaar van 1990, en ook tijdens de oorlog. Ook hebben wij geprobeerd dat naar buiten te brengen, maar je struikelt over wat er in het krachtenveld politiek/media gebeurt. Dat is de probleemstelling die hier ter tafel ligt vanmiddag. Wat doe je in een situatie waarin de grootste leugen en de grootste verdraaiing, áls dat zo uitkomt gewoon de waarheid wordt. Een voorbeeld daarvan, wat langer geleden, is de krachtsverhouding tussen NAVO en Warschaupact. Het gaat hier om de oude leugen van het immense Warschaupact. Tankoverwicht, etc, etc. Vele malen is aangetoond en becijferd dat een leugen was en toch is daar een enorm stuk Amerikaans regeringsbeleid op gebouwd, met name de immense bewapening van de 80’er jaren onder Reagan. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de media, maar ook voor de inlichtingendiensten. En als je gaat knoeien met een inlichtingendienst, dan kun je nagaan hoe belangrijk het is om ook de media te beïnvloeden. Wat de inlichtingendienst betreft werd dat als volgt gedaan. Er werd een afdeling binnen de CIA opgezet, die tot taak had om die krachtsverhouding-calculaties, die keurige sommetjes, die onder verantwoordelijkheid van de huidige directeur van de CIA Gates waren gemaakt, een geheel ander beeld te geven dan de werkelijkheid. De precieze weergave van een zekere balans werd omgezet in een immens overwicht van het Warschaupact, met als logische eis: jongens, we moeten bewapenen als gekken. Het Amerikaans regeringsbeleid werd zo omgezet in een immens bewapeningsprogramma. Opnieuw een zaak die in de media klakkeloos werd overgenomen, of misschien wat te snel gezegd, een verhaal dat in ieder geval uiteindelijk toch de media domineerde. Hetzelfde speelde meer recent in de aanloop tot de Golfoorlog. De oorlogspropagandamachine draaide op volle toeren, de gegevens en de leugens werden heel snel doorgestuurd. Zo’n leugen betrof bijvoorbeeld de omvang van de Iraakse strijdmacht in Koeweit of de niet-bestaande bedreiging van Saoedi-Arabië, door verdraaiing van de Iraakse positie. Ook hier overschatting van de Iraakse oorlogscapaciteit. Er was maar één correspondent in Nederland die dat goed oppikte dat was Michael Stein. Die schreef in, ik meen, oktober of november ’90 dat het Iraakse leger helemaal niet zo goed was en dat de gevechtscapaciteit zwaar overdreven werd.

De sterkte (van het Iraakse leger) was bekend via satellietfoto’s, die werden genomen door spotsatellieten, commerciële Russische satellieten. Met name foto’s van de tankconcentraties van de Irakezen in Koeweit waren september-oktober, toen het Congres in Amerika moest beslissen of inderdaad een verdubbeling van het Amerikaanse gevechtspotentieel noodzakelijk was, beschikbaar. In die situatie werd er gezegd dat er zo en zoveel duizenden man aan de grens met Saoedi-Arabië stonden, zoveel tanks, etc. De luchtfoto’s bewezen dat helemaal niet zo was. Het was gewoon een directe leugen. Er waren geen tanks in de buurt van die grens. Koeweit was bezet met een kleine bezettingsmacht. Dat was de situatie, Er was geen sprake van een directe bedreiging van Saoedi-Arabië. Die leugen werd echter als excuus gebruikt om het militair potentieel van de westerse krachten daar om te zetten van een defensieve macht naar een offensieve macht, in directe oorlogsvoorbereiding dus. Alleen kleine blaadjes, marginale blaadjes in de VS, waren in staat om dat door te prikken. Onder andere doordat ze regelrecht die satellietfoto’s kochten van de Russen en ze voorlegden aan interpretatie-experts, o.a. Adelman van de ACDA, de voormalige Amerikaanse wapencontrolecommissie. Een officieel figuur dus, die zeer goed bekend was met interpretatie van satellietfoto’s. Dit werd recentelijk trouwens ook weer even op een rijtje gezet in Le Monde Diplomatique.

Ik ga even niet op de situatie in Libië in. Misschien kunnen we daar in de discussie op ingaan. Ik sla dat opzettelijk over, omdat de andere sprekers misschien daarop willen ingaan. Maar ik heb ook hier argumenten dat daar heel veel verdraaiing heeft plaatsgevonden.

Tegengif

Hoe kun je als links die controle op de gegevens, op de media-apparaten doorbreken? Eén vorm van tegengif is het gebruiken van zoveel mogelijk bronnen. Ik heb al gezegd, dat het apparaat niet helemaal waterdicht is, dat zou ook onmogelijk zijn. Correspondenten, zoals Robert Fisk, waren in staat om tijdens de Golfoorlog door de censuur heen te breken. Omdat zij dat ook heel bewust wilden. Agence France Press heeft willens en wetens de instructies van de Amerikaanse legerbegeleiding genegeerd en heeft in het plaatsje Kafjhi straten vol lijken gefilmd. Enkele uren later kwam de gevestigde pers langs en kreeg keurig één lijk in één pantserwagen gepresenteerd – een Iraaks lijk – en dat was dan het illustratiemateriaal voor de wereldpers. Dat verschil was er en was bekend. Er zitten gaten in het (hun) apparaat en dat daar geen gebruik van wordt gemaakt heeft heel veel te maken met de bereidheid van de media, van de journalisten, om zich te laten belazeren. Het is mogelijk om die pers, vanuit progressieve kant, een beetje te beïnvloeden door hen zaken voor te leggen die ze op een of andere manier niet te pakken kunnen krijgen of waar ze niet op letten. Ik noem nog een voorbeeld, om het nog wat scherper te zetten. De BBC World Monitoring Services, een afluisterservice, die bijvoorbeeld zenders in het Midden-Oosten afluistert, was tijdens de Golfoorlog ook een interessante bron. Bijvoorbeeld uit Iran kwamen berichten over gevechtshandelingen aan de overkant van de Shatt al Arab en over de effecten van de bombardementen. Informatie dus die niet afhankelijk was van de interpretatiekaders van de Amerikanen. Natuurlijk zitten daar ook weer eigen filters in, maar je kunt omwegen vinden. Dus belangrijk is om veelvoudige bronnen te gebruiken. Een andere manier om informatie op z’n waarde te schatten, is duidelijk te krijgen wie nou eigenlijk degenen zijn die in het verleden onbetrouwbaar zijn gebleken. Die moet je niet negeren, maar je moet juist heel goed letten op wat zij vertellen, omdat dat de officiële versie is, de versie van de gebeurtenissen zoals de autoriteiten ons die willen laten geloven. En dat is heel interessant op zichzelf, want wat men wil dat wij geloven, dat is precies iets anders dan wat in werkelijkheid gebeurt. Daar kun je gerust gif op innemen. Dat brengt mij onmiddellijk op het derde element, het wantrouwen ten aanzien van autoriteiten en officiële gegevens. De militaire woordvoerders in de Golfoorlog konden gewoon hun militaire propaganda spuien, omdat er zo verschrikkelijk weinig oorlogscorrespondenten zijn die tegenvuur kunnen/willen geven. In Nederland was er helemaal geen tegenvuur, omdat er gewoon geen kritische vragen gesteld werden. Dus de interpretaties van de, op de hand van de Amerikanen zijnde, militairen werd klakkeloos als gods eigen waarheid neergeschreven.

Tegeninformatie en tegenpolitiek

Je hebt dus een soort werkmethode die je er een beetje van vrijwaart om meegesleurd te worden in de hoofdstroom van informatie en interpretatie. Een hoofdstroom die in feite uiteindelijk past bij de politieke hoofdrichting, die op een gegeven ogenblik doorslaggevend is. Hoe je daar tegen ingaat is een kwestie van tegenpolitiek en niet een kwestie van tegeninformatie alleen. Natuurlijk is andere informatie aandragen, zoals AMOK dat probeert, wel van enig belang, maar ik ben de laatste die zal beweren dat als we maar vaak genoeg onze blaadjes verspreiden of vaak genoeg herhalen, onze opvattingen automatisch via een of ander vreemd mechanisme, worden overgenomen. Integendeel, je hebt te maken met de hoofdstroom van de politiek en de vraag is ‘hoe sterk is de oppositie tegen bepaalde maatregelen’? Om weer eens terug te komen op die vermaledijde Golfoorlog. Daar waren het tot stand komen van het KAGO, het verloop daarna en de samenwerking met GroenLinks van groot belang om überhaupt de aanwezige informatie te kunnen gebruiken en er een ietsje breder kader en invalshoek voor te krijgen.

Afsluitend wil ik nog een voorbeeld geven uit een andere setting, namelijk de situatie in Zuid-Afrika. De afgelopen week kwam naar voren dat bij de Zuid-Afrikaanse slachting in een van de townships bij Johannesburg de security police een rol had gespeeld. In de hoofdstroommedia wordt steeds het beeld versterkt van ‘de zwarte bevolking slacht elkaar daar maar af’. Een prachtige abstractie die een bepaald propagandadoel van de Zuid-Afrikaanse regering dient, namelijk een beeld te scheppen van ‘er is geweld, er is niks aan te doen, dat is een zaak van zwarten onderling’. Omdat nu zo duidelijk de betrokkenheid van de security police naar voren is gebracht kun je dat aangrijpen om de achtergrondinformatie over de campagne van het Zuid-Afrikaanse staatsapparaat naar voren te brengen. Een campagne die bedoeld is om juist Inkatha te financieren en op te zetten tegen de ANC, om heel selectief mensen, sleutelfiguren van de basisbeweging, te vermoorden, etc. Dat vormen allemaal onderdelen van de strategie van de Zuid-Afrikaanse regering om in Zuid-Afrika de macht te behouden. Niet dat de Klerk die hoofdstroommedia onder controle heeft, maar ze helpen hem wel in zijn onderhandelingspositie. Dat is mijn laatste voorbeeld om te laten zien hoe je eigen interpretatie, die je van belang vindt, in de hoofdstroom-m3dia kunt proberen te krijgen.

Achter de Zeewering (Nieuwsblad van Links Forum)