Interview Karel Koster: “Radicaal-links moet naar rechts worden getrokken”

Door Bert Freriks

Tijdens een etentje raakte ik met Karel, die vanaf de oprichting bij AMOK betrokken is, aan de praat over de situatie waarin radicaal-links zich tegenwoordig bevindt. Een uitspraak van hem intrigeerde me: “Radicaal-links moet naar rechts getrokken worden”. Op dat moment had ik geen tijd om hem daarover door te vragen. Weken later was er op een rustiger plek wat meer tijd om hem te vragen wat hij daar nu precies mee bedoelde.

Karel: “Wat ik toen bedoelde was dat radicaal-links zichzelf te veel isoleert, om een aantal redenen, en dat ze daardoor als het ware zelf bijdraagt dat ze klein blijft in de Nederlandse politieke scene. We hadden het toen over de vredesbeweging en de marginale invloed van radicale antimilitaristen op die vredesbeweging. Daar wordt toch op zo’n manier politiek bedreven dat je een kleine groep blijft, dat gaat een eigen soort wetmatigheid leiden. Er wordt een scene of cultuur gecreëerd waarin dat normaal wordt gevonden; nog erger, waarin dat als een soort heldhaftigheid naar elkaar toe wordt herhaald. Het is moeilijk om dat precies onder woorden te brengen, je voelt je lekker omdat je een kleine elitegroep bent die, zeg maar, het vaandel voort draagt terwijl al die mafkezen afvallen en niet meer de juiste lijn volgen. Nou, dat is volgens mij het meest dodelijke en gevaarlijke van allemaal, omdat je op dat ogenblik beslist zeer geïsoleerd bezig bent in de maatschappij waarin je iets politieks tot stand probeert te brengen.”

Maar waarom noem je dat naar rechts trekken?

Karel: “Dat lijkt me toch voor de hand liggen. Als je uitgaat van een politiek spectrum van mensen die wat linkser zijn en wat minder links enz. dan is het grootste probleem voor mensen in de radicaal-linkse hoek om de andere te bereiken die wat minder links dan hen zijn. Dat is van hen uit gezien rechtser.”

Je zou het ook verbreding kunnen noemen.

Karel: “Misschien wil ik wel een beetje choqueren, een controverse oproepen, de mensen kwaad maken. Misschien valt het wel meer op als je dat zegt. Verbreding is zo’n ontsnappingsclausule. Dat wordt altijd gezegd, tot aan de meest sektarische clubs, die zeggen ook dat ze aan het verbreden zijn. Dan is zo’n formulering ‘naar rechts trekken’ iets anders.”

Vind je dat isoleren iets van de laatste tijd of dat is gewoon een kenmerk van radicaal links?

Karel: “Ik denk dat het geen kenmerk hoeft te zijn. Het is wel heel breed verspreid. Ik denk dat ik er zelf in zekere zin ook onder lijd. Je moet toch een soort routine hebben en je moet samenwerken met een beperkt aantal mensen. Je doet dingen telkens weer, je brengt een radicaal antimilitaristisch blad uit, en je wordt daarmee geïdentificeerd. Ook al ben je het onderling ontstellend oneens over alles en nog wat, maar dat komt zo niet naar buiten. En je merkt dat telkens weer als je in contact komt met mensen die wat buiten dat kringetje opereren. Die hebben al een beeld van jou, die weten het al. Dan is het toch een ontstellend belangrijke kwestie hoe je die beeldvorming doorbreekt.”

We hadden het er toen over in het kader van het verzet tegen de Golfoorlog.

Karel: “Ik weet niet of het direct ging over het anti-Golfoorlog comité. Aan de ene kant was het natuurlijk goed dat al die kleine clubjes er waren. Daar sta ik ook nog steeds ontzettend achter, dat wij echt een soort voortrekkersrol hebben gespeeld in het opzetten van dat verzet. Al die kleine clubjes samen en het kan me niet schelen wie dat allemaal waren, marxistisch-leninistische clubjes van de oude stempel, antimilitaristen, radicaal pacifisten, linkse sociaal-democraten, noem maar op. Die hebben elkaar toch een beetje gevonden en zijn er tot op zekere hoogte in geslaagd om, helaas te langzaam, iets van een oppositie op gang te brengen. Maar in dat kader zag je toch ook vele gemiste kansen zodat je had moeten denken: misschien hadden we een aantal dingen anders moeten aanpakken. Daar ben je natuurlijk zelf bij, het is duidelijk dat we daar zelf allemaal een bepaalde verantwoordelijkheid in hadden, zo van, dat is ons imago, zo worden we neergezet, hoe kunnen we dat veranderen en hoe kunnen we daar vooruitgang in vinden. Die vraag stelden we onszelf misschien een beetje te weinig, omdat je toch in je oude routines verviel, demonstraties organiseren en we moeten dit en we moeten dat en als ze ons dan niet leuk vinden, lekker puh. Zo van, zie je wel je zijn toch rechts. En dat soort redeneringen is natuurlijk dodelijk. Als je zo gaat redeneren zeg je in feite dat de overgrote meerderheid van de mensen om je heen nooit mee te krijgen is. Je werkt als het ware impliciet met een statisch wereldbeeld.

Cultureel

Ongetwijfeld ontkennen mensen heel vaak dat ze met een statisch wereldbeeld werken, omdat ze dat in theorie allemaal hebben uitgewerkt. Ze zeggen: als je het zus doet heb je een sterk comité hier en dan weer een beweging, en dan een demonstratie en dan krijg je uitstraling. Het mechanisme begrijpt men volkomen, maar van het sociaal-culturele begrijpen ze niets. Namelijk hoe men cultureel overkomt op de omgeving en hoe mensen die er wat verder vanaf staan tegen je aankijken. Daar zijn echt alleen maar twee keuzes mogelijk. Of je houdt stug vol dat je gewoon gelijk hebt en dat je niet meer hoeft te redeneren, of je gaat zoeken naar methodes om dat gat te overbruggen. Je moet dan een flexibiliteit hebben die volgens mij absoluut niets te maken heeft met je zogenaamde politieke opstelling en de dingen die je vindt en die je niet vindt. Maar veel meer met een psychologisch gevoel, hoe je omgaat met mensen die niet in jouw kringetje horen. En volgens mij ontbrak het daar ernstig aan. Nu kan je natuurlijk zeggen en dat is me ook wel eens door iemand anders gezegd: Ja maar, dat geldt voor iedereen, iedereen wil in zijn eigen kring opereren, gezellig met elkaar en in je eigen kring ben je veilig. En je naar buiten begeven, naar mensen die anders denken dat is toch een beetje moeilijk allemaal. Ik heb daar maar één antwoord op, namelijk dat je dat als klein radicaal-links niet kunt veroorloven. Omdat in zijn meest extreme vorm dan op een gegeven ogenblik het dak op je neer komt als je dat volhoudt. In andere politieke omstandigheden krijg je dan de klassieke pastoor Niemüller situatie, waarin al die mensen die eigenlijk iets hadden moeten doen niets doen en de andere kant opkijken terwijl jij wordt weggesleept. Dat is een extreme situatie, ik zeg beslist niet dat het nu zo is, maar in een extreme situatie is dat de uiteindelijke konsekwentie. Want het geheim van het bouwen van goed verzet of een goede oppositie is juist dat er een hele gradatie van verzet is en niet een klein groepje en dan een grote kloof van niets en dan een grotere kring daaromheen die heel ver weg is. Dat kan niet, je moet je overgang, die grote groep eromheen, die het meestal oneens is met je, maar het ook wel een beetje eens, die overgang moet koste wat het kost verankerd worden in je manier van politiek bedrijven.”

Psychologisch

Ik denk dat de psychologische uitleg ervan die verder apolitiek is in zekere zin een goede uitleg is. Mensen voelen zich veilig met een klein groepje dat steeds precies dezelfde ideeën herhaalt, omdat je daar zekerheid uit haalt. Er is verschrikkelijk veel onzekerheid in de brede boze wereld en op die wereld wil je invloed uitoefenen en dat kan je via je groep doen en die mensen om je heen moeten dan natuurlijk niet constant dat wereldbeeld ook nog zitten doorbreken. Dus het is het veiligste als we allemaal onszelf zitten te herhalen. Daar is natuurlijk niets speciaals aan, want een heleboel mensen hebben dat, of het nu de tennisclub is of de golfclub. Maar de speciale positie van je kleine radicale clubjes is natuurlijk dat je pretendeert invloed uit te oefenen op dat proces. En dan moet je wel degelijk nadenken of je een wat bredere aanhang kan organiseren voor je antimilitaristische of vredesidee of hoe je het ook wilt noemen, dat je daarover toch op de een of andere manier contact krijgt met een grotere groep mensen.”

Vind je dat isoleren het voornaamste kenmerk van radicaal-links?

Karel: “Nee, nee. Want in andere tijden, in andere plaatsen ligt dat misschien heel anders.”

Nee, ik heb het over de huidige situatie.

Karel: “Ja, het meest pijnlijke en het meest doordringende beeld dat ik steeds krijg, dat is de isolatie door het creëren van een eigen systeem van normen en waarden om je heen, waardoor je niet meer bezig bent met andere ideeën, die veelal rechtser liggen, maar waarmee je toch iets moet. Het gebeurt echter niet. Nou, dan blijf je in je eigen kringetje. Dat is inderdaad mijn centrale kritiek, die dus niet gekoppeld is, dat weet ik heel goed, aan de huidige politieke ontwikkelingen. Hoewel je dat juist moet doen om dat te doorbreken. Je moet gaat denken: Heeft het iets te betekenen als de PvdA straks in tweeën splitst? Mijn stelling is dat dat verrekte belangrijk is voor ons allemaal. Al hebben we nog zo’n hekel aan driekwart van de bobo’s van de PvdA-top, dan nog is het van ontstellend groot belang dat een club die toch een redelijke grote aanhang heeft en wat progressieve ideeën heeft doormidden breekt. Dat is van ontzettend groot belang voor iedereen die veel linkser bezig is. En als ik dus mensen dat hoor ontkennen dan denk ik: Dan zijn ze gek. Dat zijn mensen die zichzelf totaal aan het isoleren zijn.”

En dat geluid hoor je veel?

Karel: “Dat meen ik af en toe te horen in kritiek op de PvdA, dat is lekker, dat geeft je een warm gevoel van binnen, je kunt lekker weer schelden op die verraders. Of op de IKV, Mient-Jan Faber, het is allemaal lekker makkelijk en je bent snel klaar. Maar het is natuurlijk borrelpraat. Nogmaals, het is natuurlijk niet zo dat die anderen niets doen, want die grapjassen van het IKV hebben ons ook de nodige kunstjes geflikt bij de Golfoorlog. Ik noem het bekende voorbeeld als zouden wij Saddam Hoessein steunen, dat is het meest smerige voorbeeld daarvan. Het punt is dat het daar niet om gaat. Het gaat er om dat wij moeten proberen die IKV-aanhang een beetje naar ons toe te krijgen. Dat is ons ook wel een beetje gelukt hoor, het is niet allemaal kommer en kwel, natuurlijk hebben we daar wel degelijk enige invloed kunnen uitoefenen en bij Pax Christi en noem maar op. Maar het gevaarlijke punt is als je zit te juichen bij een verzwakking van ideeën die wat rechtser zijn dan je eigen ideeën, terwijl je zou moet gaan zitten huilen, omdat het gewoon een ramp is als de mensen die wat minder links zijn, niet jouw beelden aanhangen, aan het verzwakken zijn. Want dat betekent dat het hele politieke spectrum in de maatschappij naar rechts aan net opschuiven is, en dat jij nog zwakker komt te staan dan voorheen. Dat is voor mij echt een geloofsartikel geworden.”

Persoonlijke achtergrond

Geworden zeg je, hoe is dat zo gegaan?

Karel: “Dat heeft te maken met politieke ervaring. Maar dat heeft ook alles te maken met mijn persoonlijke achtergrond, het feit dat ik geboren ben in het toenmalige Rhodesië en daar lang heb gewoond. Ik ervaar het meer als een zigzag proces. Dat komt door mijn speciale situatie: afkomstig van rechts, en via een zigzaglijn naar links. Maar dan zie je weer alle leugens en rotzooi aan de linkerkant en draai je weer terug naar rechts. En dan weer een stukje naar links. Het komt geografisch tot uiting, dat is misschien een mooie illustratie, dat je tegen de Vietnam-oorlog bent, maar toch vindt dat het terroristen zijn in Rhodesië. Zo komt dat het beste tot uiting. Dat kun je namelijk tegelijkertijd denken, in tegenstelling tot wat alle schone handen terroristen denken,
omdat je die persoonlijke achtergrond hebt, Je kunt dan denken, hier is het gewoon anders; in Vietnam is het terecht dat de Amerikanen daar weg moeten en verslagen worden. Je gaat zeggen, Vietnam is hetzelfde als Rhodesië, dus leve de bevrijdingsstrijd, maar je komt er vandaan en raakt er veel meer over te weten en dan wordt dat genuanceerder. En je gaat weer nadenken over Vietnam, en zo zigzag je heen en weer. En dan kom ik misschien meer bij je vraag over de houding die je ten aanzien van rechtse of linkse dingen moet aannemen. Ik vind dat je toch een soort openheid moet hebben voor ideeën die allemaal niet zo goed passen in je eigen ideeënstelsel, maar waar een discussie over moet zijn, ook bij jezelf. Het begint natuurlijk weer bij jezelf en dan weer in een kleinere kring, de kroeg in voor mij part, maar je moet erover praten en discussiëren omdat het toch allemaal wat ingewikkelder ligt. Ik denk dat het met cultuur te maken heeft. In de culturele wereld zijn dat soort dingen natuurlijk vanzelfsprekend, schering en inslag. Dat hoort bij cultureel, een manier van doen. Maar dat is in Nederland volkomen uit elkaar gerukt. Politiek is gewoon een mooi stelsel van ideeën, vaak star, niet alleen bij radicaal-links, maar overal. En daar hoort alles in te passen, verder geen gelul en ieder zijn eigen hok. Terwijl het in feite veel ingewikkelder is, want zodra je meer contacten hebt met mensen over de scheidingslijnen heen, rechtsere mensen, dan merk je dat hun ideeënwereld een mengeling is net zoals die van jezelf, als je eerlijk bent, een mengeling is van rechtsere en linksere ideeën die helemaal niet zo mooi in elkaar passen.”

De praktijk

Hoe werkt zoiets in de praktijk?

Karel: “Ik denk dat het er in de praktijk toch op neer komt dat de contactenkring waarin je discussie plaatsvindt, de personen met wie je praat, een grotere variëteit moet bieden, Het idee van een groep die telkens weer vergadert en discussieert, zogenaamd discussieert, maar in feite steeds met dezelfde groep mensen, is volgens mij dodelijk. Het enige wat een levendige discussie kan veroorzaken is dat er telkens weer andere mensen bij betrokken worden. Er zijn natuurlijk pogingen geweest om dat te creëren, bijvoorbeeld met het antimilitaristisch café, maar in de praktijk zie je dat het exact dezelfde kring is. Je praat met elkaar en je schoolt elkaar. Best wel goed hoor voor het eigen functioneren en het op een hoger plan brengen van je kennis, geen twijfel mogelijk. Maar de pretentie van het idee van een café dat is absurd, dat is niet daarop van toepassing. Want bij een café denk ik dat er allerlei volk bij elkaar komt en dat er gekletst wordt over van alles en nog wat en dat niet alleen de eigen kennissenkring daar aanwezig is.”

Als je het ‘antimilitaristisch café’ noemt weet je wat er komt.

Karel: “Dat klopt, dan heb je het al ingeperkt. Dat is een typische fout die gemaakt wordt. Maar ik moet het natuurlijk een beetje nuanceren. Je moet natuurlijk proberen je eigen dingen op te bouwen, sterk te maken. Dat is ook een reden waarom mensen zeggen: hè, we zijn het eens, laten we dit en dat doen. Maar dat verandert op de een of andere manier al heel snel in het alleen maar op elkaar gericht zijn. Het gaat er om dat te doorbreken. Als je een krant of een blad maakt is het ook uitkijken geblazen, want het is toch een imago naar buiten en het doe! van de krant is toch wel om een wat bredere groep te bereiken. Het zal dus onvermijdelijk zijn dat het niet exact je eigen gedachtegoed kan weergeven. Een blad moet altijd discussie veroorzaken, dus moet er tegenstrijdigheid in, dat is absoluut duidelijk. En er moet ruzie in en debat en dingen waarmee mensen het niet eens zijn. Maar die de redactie plaatst omdat ze graag die discussie willen hebben.”

Die kritiek is volgens mij op Konfrontatie van toepassing. Ze hebben een goed project op tafel gelegd, maar je ziet dat het niet lukt. Ik vind het niet spannend, er zit nooit eens een twistgesprek in, er wordt eigenlijk niet gedebatteerd.

Karel: “Ik denk dat hun fout is dat ze het te veel onder controle willen houden. Niet bewust hoor, maar wel dat het binnen door hen uitgezette lijnen moet. Het kenmerk is denk ik inderdaad: te veel dezelfde gezichten, week in week uit, je komt bij elkaar over de vloer, je kent elkaar goed, je praat met niemand anders. En als je met anderen praat is het alleen maar op neutrale terreinen. Dat is een dodelijke weg, het is zelfmoord.”

Film en video

Laten we ons nu maar met de volgende vraag bezig houden: Hoe moet het anders?

Karel: “Ik denk dat dat juist afhangt van de politieke situatie. Dan kom je bij je politieke kader terecht. Welke methodiek is nu handig? Hoe communiceert men tegenwoordig? Niet meer met de tijdschriften en de schrijvende pers, althans het hangt ervan af hoe ver je afgaat van je clubjes, maar heel veel wordt er niet meer met het geschreven woord, maar met video’s en films gewerkt. Blijkbaar moet je dus iets met video’s doen. Je kunt ook zeggen, daar doen we niet aan, dat is vies, maar dat is absurd. Neem nu die film van Oliver Stone, dat is toch prachtig. Er is toch niets mooiers dan dat de helft van het land erover aan het discussiëren is, dat een van hun regeringsleiders dertig jaar geleden om zeep is geholpen door hun eigen veiligheidsdienst. En het is toch fantastisch om te zien hoe die establishment-recensenten allemaal als Schreibtisch-moordenaars aan het schrijven zijn om die film kapot te maken, zelfs nog voor de film verscheen. En iedereen gaat kijken. Misschien kan dat alleen in de VS op die manier werken. Mensen die aan de ene kant voor de Golfoorlog zijn en aan de andere kant denken dat de CIA hun president ombracht. Maar zoiets moet je dus hebben. Laat maar een aantal voor mijn part rechtse regisseurs een lekker filmpje maken waar mensen over praten.”

Als in Nederland vanuit links een film wordt gemaakt is dat zoiets als ‘Waar de ratten koning zijn’ van Barbara den Uyl. Dat is zo’n film waar ik bijna ben weggelopen. Zo’n interessant thema, de kraakcultuur in de Staatsliedenbuurt, en dan zo’n slechte film.

Karel: “Ik weet niet of zij de pretentie had om een bredere discussie over het kraken te starten. Als ze die pretentie had dan is het faliekant mislukt. Ik merk zelf dat ik film steeds meer een fantastisch medium ga vinden. Alleen met het grote nadeel dat geschreven teksten zo verschrikkelijk veel meer informatie kunnen overdragen. Maar de mensen willen dat blijkbaar grotendeels niet. En ik heb het echt niet alleen over de grote massa van de bevolking, dat zie je in hele brede kringen ook aan de progressieve kant. Ze lezen gewoon niet. Nou dan moet je het eens met film of weet ik veel wat doen. Ik ben er niet voor opgeleid dus ik kan er niet veel mee, maar ik kan zien hoe goed het is, hoe het kan werken.”

Maar links kan toch niet concurreren op dat niveau. Alleen al wat de financiën betreft, maar ook al zou het financieel wel kunnen.

Karel: “In Nederland niet nee, dat blijkt wel. Maar we brengen wel met een minimale groep telkens weer flink wat geld bij elkaar om diverse andere projecten te steunen, dus waarom huren we niet een keer een regisseur in en proberen iets goeds in die wereld neer te zetten. Of een roman. Een roman die gelezen wordt is toch ook weer beter dan een analytisch stuk waar we zo goed in zijn, maar dat door bijna niemand gelezen wordt. Ik kan alleen maar die analytische stukken een beetje schrijven, maar een beetje goede roman die goed verkoopt en toch bepaalde dingen naar voren brengt, dat zou ik toch graag zien. Ik kan geen Nederlandse voorbeelden bedenken die zo’n effect hebben, maar in de romans van de Engelse schrijver Graham Greene, the Power and the Glory bijvoorbeeld, worden hele fundamentele kwesties aan de orde gesteld. Dat genre zou ik graag meer willen zien in Nederland.”

Maar je wilt toch niet terug naar de tijd dat films gezien werden als een wapen in de klassenstrijd?

Karel: “Nee, en dat heeft te maken met de politieke situatie in Nederland. Dat is gewoon niet aan de orde. Wat aan de orde is is een poging om het idee te verspreiden dat de manier waarop dingen normaal geregeld zijn op dit ogenblik waanzin is, dat het gekkenwerk is en dat het ons naar de afgrond leidt. En over dat idee, daar zou ik graag wat discussie over willen hebben. En als dat gebeurt ben ik al heel tevreden, zonder dat er echt iets gedaan wordt. Het gevaarlijkste en het ergste van allemaal is dat er gewoon geen discussie is. En dat mensen die dat wel doen als een stelletje idioten worden afgeschilderd.”

Vorm


Zou je kunnen zeggen als je het over de problemen van radicaal-links hebt dat het tegenwoordig eerder een kwestie van vorm is dan van inhoud?

Karel: “Ik heb het altijd heel moeilijk gevonden om die twee uit elkaar te halen. Vorm is een methodiek, hoe pak je dingen aan, en daar hebben we het nu steeds over gehad, dus in die zin is het een kwestie van vorm. Maar ja, dat slaat op een gegeven moment over in inhoud, in standpunten die je naar voren brengt.”

Maar het is niet toevallig dat we het steeds over die vormaspecten hebben gehad.

Karel: “Nee, dat staat voorop op dit ogenblik. Het lijkt bovendien wel of ik alleen maar een soort mentaliteit propageer. Dat is in feite impliciet een soort kritiek op de mentaliteit die ik vaak zie bij radicaal-linkse mensen. Het is voor een deel omdat mensen hun strijd in begrippen voeren en het niet om konkrete dingen gaat. Je kan er jaren lang mee doorgaan omdat er geen konkreet en praktisch direct gevolg uit voortvloeit. De mensen noemen het altijd praktisch wat ze doen, dat is ook weer zo’n heerlijk geval van woordverwarring. Maar wat ik bedoel is, dat als je in de Derde Wereld een discussie hebt of een stuk strijd moet worden aangegaan met de landeigenaar, of dat een manier verzonnen moet worden om een percentage van je oogst af te staan, maar ook een deel te verbergen, dat heel wezenlijke keuzes zijn. En voor een deel ook politiek bepaald. Is die landeigenaar nu de vijand of niet, gaan we samen met de staat, gaan we pleiten voor dijkenbouw? Je hebt bijvoorbeeld met doodseskaders te maken. Dan zijn allemaal heel praktische discussies. Waar is dat hier in Nederland? Ja, dat speelt inderdaad bij woningstrijd, krakers zitten daar dicht bij. Alleen hun probleem was dat ze er absoluut niet in zijn geslaagd om hun beperkte strijd te verbinden met het bredere perspectief van het wonen in het algemeen. En waarom niet? Om de simpele reden dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking prima woont. Je zegt dan, mijn minderheidsprobleem is zo ontzettend belangrijk, iedereen moet er mee bezig gaan. Maar dat is natuurlijk onzin, dat gebeurt niet. Als je denkt dat het ontstellend belangrijk is om jouw kraakideeën en je ideeën hoe er gewoond moet worden te verspreiden, dan moet je verdomd snel gaan nadenken hoe die mensen die daar niet meteen belang bij hebben toch in geïnteresseerd raken. Dat is een praktische mislukking die we de afgelopen tien jaar hebben kunnen zien. En dat kun je niet allemaal schuiven op het conto van de lamlendigheid en de lafheid van de PvdA, of van gemeentebesturen, dat vormt maar een deel van de verklaring. En hoe doorbreek je dat? Ik kan alleen maar weer een in mijn ogen belangrijk principe herhalen. Als je in een antimilitaristische groep zit zorg dan wel dat je contacten met de vredesbeweging hebt die niet antimilitaristisch is. Als je in een conversieplatform zit zorg dan dat je op zijn minst contact hebt met vakbondsmensen. Omdat er toch op zijn minst een discussie op gang gebracht moet worden. Ik zeg niet dat er ook niet actie moet worden gevoerd, ik zeg alleen dat het beide moet. En leg ik helaas weer een principe op tafel, het principe van ogenschijnlijk tegenstrijdige dingen doen, die in feite niet tegenstrijdig zijn, maar elkaar aanvullen. Dus actie voeren terwijl je op allerlei politieke niveaus bezig bent. Dat principe wordt met voeten getreden, omdat mensen het veel lekkerder vinden om actie te voeren. Ze zeggen dat iemand anders dat maar moet doen. Terwijl ze zich niet realiseren dat ze ook verdomd goed contact met die iemand anders moeten hebben, maar dat wordt dan meestal vergeten. De arbeidsdeling is ergens wel terecht, want je kunt moeilijk vragen aan de mensen die steeds acties voeren tegen wapenfabrikanten dat zij zich ’s avonds omkleden en naar parlementariërs gaan en daar een uitgebreide discussie over de haalbaarheid van conversie voeren. Maar wat je wel kan vragen en eisen is dat ze contact hebben met de mensen die dat wel doen.”

Hierbij zou ik het willen laten. Afsluitend wil ik het nog even met je hebben over het project van Links Forum, zoals we dat in Achter de Zeewering hebben aangekondigd.

Karel: “Ik zou bijna zeggen, dat komt nu zo bij me op, dat het erg veel lijkt op de manier waarop de SAP meedoet aan verkiezingen, behalve dat het natuurlijk politiek anders ligt en met een heel ander politiek programma. Maar de methodiek doet me ineens denken aan die jarenlang voortgezette pogingen van de SAP, die ook altijd zeggen dat ze wel weten dat hun kandidaat niet gekozen wordt, maar dat het gaat om de campagne en het gebruik maken van verkiezingen om je ideeën naar buiten te dragen enz. Ik ben misschien wel bang dat het heel snel in zoiets kan terugvallen, omdat het krachtsniveau ongeveer gelijk is. Je hebt ongeveer dezelfde middelen, dezelfde energie en dan krijg je zoiets eruit.”

De bedoeling is natuurlijk dat niet alleen Links Forum zoiets moet gaan trekken. Het is juist de bedoeling om dat samen met andere groepen en individuen te doen.

Karel: “Ik denk dat het van essentieel belang is dat je inderdaad de andere media weet te bereiken dan de kleine geschreven media. Het is een totaal zinloos project als er alleen maar in de kleine linkse blaadjes aandacht wordt besteed aan de kandidaat. Er moet een invalshoek zijn naar iets als film of media, zendtijd, weet ik veel. En dan moet er ook iets speciaals met die zendtijd gebeuren. Je moet een profiel kunnen maken dat afwijkt en het moet op zo’n manier afwijken dat het aanslaat bij de groter media, dat is van cruciaal belang. Belangrijk is ook het partijprogramma waaronder zo’n iemand zou moeten opereren. Als de discipline van de partij te groot is dan kun je het wel schudden, dan wordt zo’n persoon onaanvaardbaar voor de wat radicalere clubs die je er zelf zegt achter te willen krijgen, dat zal een essentieel punt zijn. Als je alleen maar het partijprogramma van GroenLinks moet herhalen dan moet je er niet aan beginnen. De voorwaarde is dat je de persoon onafhankelijk kunt inzetten en niet gebonden aan het partijapparaat. Het is de vraag of zo’n imago te bouwen is, ik kan er nu niet zo’n goed antwoord op geven, want volgens mij hangt het er heel erg vanaf of je niet afhankelijk bent van de partijkas en van de partijmiddelen. Je moet echt de financiële middelen van buiten halen, inderdaad volgens de Amerikaanse principes zorgen dat je onafhankelijk kunt opereren. Ik denk wel dat je het moet lanceren en proberen, maar dat het heel erg afhankelijk is van de reacties. De reacties van bepaalde delen binnen GroenLinks zijn belangrijk en van bepaalde delen buiten GroenLinks. En beide sectoren moeten ja zeggen. Als je niet de steun van buiten én binnen hebt moet je er niet aan beginnen. En mochten die sectoren ja zeggen dan moet de campagne een beetje inventief worden gevoerd. Zo kijk ik er op dit moment tegen aan.”

Nawoord Bert Freriks

Na het uitwerken van dit interview vallen de notulen van de redactieraad van Konfrontatie in de bus. Er is vee! kritiek op een artikel over GroenLinks in het vorige nummer. Het hoort qua politieke strekking niet thuis in Konfrontatie, zegt men. Juist die groepen moeten aan bod komen, “die buitenparlementair bezig zijn en vanuit een revolutionair perspectief structurele veranderingen nastreven”. Niemand voelt zich geroepen om op deze revolutionaire bla, die haaks staat op het uitgangsstuk van Konfrontatie met als titel ‘Het botsen der meningen’ te reageren. Een saillant voorbeeld van datgene wat Karel Koster hierboven naar voren bracht. De weg is nog lang.

Achter de Zeewering (Nieuwsbrief van Links Forum)